Wat wil de stad met internet?

Dit artikel verscheen op 18 oktober 2018 in TROUW

 

Terwijl de smartphone en andere technologie steeds dieper in ons leven dringen, gaan gemeenten en andere overheden maar mondjesmaat mee in die ontwikkeling. Door de opkomst van internettechnologie worden onze steden en dorpen 'smart cities'. Maar ze worden ontworpen, beheerd en bestuurd alsof het leven nog analoog is. Gemeenten moeten aan de bak om die achterstand in te halen. En dat is niet gemakkelijk.

Ruim 90 procent van de ambtenaren en gemeentebestuurders gebruikt dagelijks (mobiel) internet. Om te mailen, appen, telebankieren. Digitalisering heeft hun leven vergemakkelijkt. Tools als Google Maps, Wikipedia en Datumprikker zijn veel handiger dan het stratenboek, de encyclopedie en een datumlijstje. De manier waarop die professionals werken, winkelen en contact onderhouden met elkaar is ingrijpend veranderd. Ze zijn digiburgers geworden.


 

Maar als diezelfde ambtenaar of bestuurder naar zijn werk gaat, gebeurt er iets raars. Dan stappen ze in een wereld die digitalisering en technologisering vaak ziet als een ver-van-mijn-bed-show. Uit onderzoek van USP Marketing Consultancy en de Future City Foundation blijkt dat maar een derde van de Nederlandse gemeenten een smart-citybeleid heeft waarin is vastgelegd hoe die gemeente omgaat met de effecten van technologisering en digitalisering. En dat 42 procent een smart-city-pilot deed, die slechts in de helft van de gevallen leidde tot vervolgbeleid. Naar eigen zeggen heeft slechts 28 procent van de gemeenten voldoende kennis in huis.

Die bedroevende cijfers kun je wijten aan het feit dat 'gemeenten altijd achteraan lopen bij nieuwe ontwikkelingen'. Dat lijkt ons wat te gemakkelijk. Zelfs als een wethouder voorop wil lopen, zijn er collega's die andere belangen hebben en een raad die het thema moet omarmen. Het ambtelijk apparaat richt zich vooral op wat raad en college willen. En die kunnen nieuwe ontwikkelingen agenderen, maar zonder politieke steun heeft dat vaak weinig zin. Dat kan veranderen als er druk ontstaat vanuit de bevolking of het bedrijfsleven, maar dat hoeft niet. Trouwens, iedereen die vindt dat overheden achterlopen, moet eens kijken in het bedrijfsleven. Kodak ging failliet. Krantenuitgevers worstelen al bijna twintig jaar met internet.

Internet en technologisering zullen ook het ontwerp, bestuur en beheer van onze steden veranderen. De constante verbondenheid en flexibiliteit die voortkomen uit internet leiden tot een andere samenleving die steden en dorpen anders gebruiken. Overheden moeten ervoor zorgen dat dit technisch, praktisch en democratisch blijft functioneren. Dat is ingewikkeld en het is niet vanzelfsprekend dat dit lukt. Gemeenten moeten daarom het debat voeren over hoe ze willen dat hun gemeente technologiseert en over hoe ze omgaan met nieuwe ethische en politieke vragen.

Een concreet voorbeeld hiervan zijn zelfscankassa's. Op zichzelf een praktische uitvinding. Maar het leidt wel tot steden en dorpen waar minder verplichte ontmoetingen zijn. Voor sommige eenzame mensen is het gesprek met de kassajuffrouw het enige gesprek van de dag. Gemeentebestuurders zouden een visie moeten hebben op de gevolgen van deze ontwikkeling en daar op sturen. Dat is in het begin lastig, maar we leggen bedrijven tal van eisen op. Dus waarom kan dan niet worden afgedwongen dat een winkel personeel heeft?

Zo zijn er tal van andere gevolgen van technologisering waar ze een antwoord op moeten formuleren. Gemeenten moeten zich bewust zijn dat digitalisering en technologisering geen keuze is. Internet stopt niet bij de gemeentegrens. Elke gemeente krijgt er mee te maken, het is alleen de vraag hoe ze erop reageren.

Internet verandert de stad. Dat vereist keuzes, betogen Jan-Willem Wesselink en Yvonne Kemmerling.

 

 

Card image cap

Jan-Willem Wesselink

Kennislab voor Urbanisme

Jan-Willem Wesselink

Kennislab voor Urbanisme

T: 06 28 63 84 26
E: j.wesselink@kennislabvoorurbanisme.nl