Insecten in de stad verdienen meer aandacht

Op 26 mei 2016 hield de Werkgroep Stedelijke Ecologie een studiedag over insecten in de stad. Insecten en ongewervelden in het algemeen staan nauwelijks in de belangstelling in de stad, behalve als ze overlast geven of een duidelijk zichtbaar nut voor de mens hebben, zoals honingbijen. Een belangrijke reden om meer aandacht te gaan besteden aan insecten in de stad en hun relaties. Overigens zijn insecten (de zespotigen) maar een deel van de in de stad levende ongewervelden. Weliswaar een grote groep, maar we mogen de andere ongewervelden en hun rol in het stedelijk systeem zeker niet vergeten.

Wat is het belang van de stad voor insecten en wat is het belang van insecten voor de stad? Het antwoord staat in de nieuwste editie van Groen. Dit artikel geeft een overzicht samen met enkele praktijkvoorbeelden over het beheer en over hoe verder met insecten in de stad.

Gebruik en nut voor de mens

De meeste mensen zullen bij nut en gebruik als eerste denken aan honingbijen voor bestuiving en productie van honing. Daarnaast vinden veel mensen het leuk om bijvoorbeeld vlinders te zien. Veel leven en nut van ongewervelden is daarentegen niet direct zichtbaar. Toch is dit aanwezig en zonder deze soorten zou het leven in de stad aanmerkelijk minder aangenaam zijn. Enkele voorbeelden van nut voor de mens in de stad kunnen zijn:

  • Bestuiving van voedselgewassen;
  • Predatie (het verschijnsel dat sommige dieren elkaar doden en verslinden) op soorten die voedselgewassen aantasten;
  • Predatie op een ongewenste hoeveelheid ‘vervelende’ soorten;
  • Afbreken van organisch afval;
  • Insectenteelt ten behoeve van voedsel.

Bij de bestuiving is het dan meteen weer zo dat niet alleen (honing)bijen dit werk doen. Onder andere zweefvliegen en kevers spelen ook een belangrijke rol in de bestuiving van verschillende plantensoorten.

Insecten en beschermde soorten

Door de (Europese) wetgever zijn diverse diersoorten, die in het stedelijk gebied voorkomen, benoemd als (zwaar) beschermd, waaronder vleermuizen en Huismussen. Vleermuizen in Nederland zijn allen insecteneters. Voor de bescherming zijn insecten dus onmisbaar. Veel mensen hebben echter niet in de gaten dat ook Huismussen een deel van het jaar insecteneters zijn. De vrouwtjes hebben voor de eiproductie meer eiwit nodig en eten dan insecten. De jongen krijgen ook insecten gevoerd.

De stad als biotoop

De stad vormt voor veel planten en dieren een aparte biotoop. De stad is warmer, droger en kalkrijker dan het niet-stedelijk gebied. In de stad worden veel exotische en bloeiende bomen en struiken aangeplant. Door deze combinatie kunnen in de stad soorten uit, met name, zuidelijker streken overleven. Door de opzet van verschillende steden kan de samenstelling van de entomofauna verschillen. Interessant zou zijn om verschillende steden in dit opzicht met elkaar te vergelijken.

Verder lezen? Het complete artikel leest u in de preview van vakblad Groen.

Deel.